Foto:

Slappe koffie

  Column

Het is een rare wereld waarin we momenteel leven. Rookwolken van bosbranden in Californië, die boven Europa gevolgen hebben voor de dichte bewolking, aldus het KNMI.

Vluchtelingenkampen staan in de brand en in Wit Rusland gaan dagelijks vele mensen de straat op om te protesteren tegen de heersende macht. Of dichter bij, het coronavirus dat huis houdt tot in alle hoeken en kieren.

Ruim een half jaar ontzegt deze pandemie ons uitstapjes, stadionbezoeken, festivals met daar aan gekoppeld sociale contacten. Terwijl het aantal besmettingen dagelijks schrikbarend stijgt, stond ik zaterdag toch als een nerveuze puber te wachten voor de poorten van ons stadion aan de Ceintuurbaan op de eerste voetbalwedstrijd sinds maanden.

Mondkapje bij de hand en uiteraard mijn kaartje en gezondheidsverklaring in de zak. Toen de poorten een uur voor de wedstrijd eindelijk open gingen, stortten de meeste supporters zich als een roedel hongerige, doch gemuilkorfde wolven zich naar de doorgang.

De anderhalve-meter-samenleving op zijn smalst. De drang naar de tribune was groter dan de angst voor Covid 19. En eenmaal gezeten op het blauwe stoeltje ontvouwde zich in het stadion een onwerkelijke aanblik die je normaal gesproken niet voor mogelijk houdt.

Een zee van lege stoeltjes met als bedoeling de fans op anderhalve meter te laten genieten van de eredivisiewedstrijd PEC Zwolle tegen Feyenoord. Surrealisme op z’n hoogtepunt en niet passend bij een voetbalwedstrijd. Geen opkomstmuziek, maar elftallen die welhaast het veld op slopen. Een onwennig applaus sukkelde van de tribunes.

De pot voetbal die we voorgeschoteld kregen was als lauwe kop oploskoffie van een onbekend merk en gezet door tante Janny. Zeker, de spelers van PEC deden hun best, maar waren een maatje te klein voor de Rotterdammers.

De Zwolse brigade speelde een stuk degelijker dan vorig seizoen, maar aanvallend is de ploeg krachteloos. En bovendien, de scheidsrechter van dienst speelde ons ook niet in de kaart.

Daardoor loeiden de protesten van de tribunes. Het zit in de genen van supporters om hun club luid aan te moedigen, maar dat was verboden.

De stadionspeaker wees ons er op dat we in overtreding waren, maar monddood naar je favoriete voetbal kijken, brengt me weer bij die oploskoffie die je het liefst in de plantenbak wil kieperen, maar je krijgt geen kans van die tante die je dit brouwsel met liefde aanbiedt.

Voetbaltechnisch moet er nog wel wat gebeuren bij PEC. De basis is redelijk stevig, maar wat meer vindingrijkheid en aanvallend vermogen zijn impulsen die nog moeten worden toegevoegd. Zo niet, dan wordt het een lastig verhaal.

Ik blijf mijn vertrouwen in een goede afloop houden. Eindelijk zagen we weer voetbal en hoorden we tóch echte stadiongeluiden. En niet te vergeten op echt gras. Een opsteker temidden van die narigheid in de wereld.

Anton Cramer

van de tribune

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden