Etiënne Reijnen op de open dag aan het begin van het seizoen.
Etiënne Reijnen op de open dag aan het begin van het seizoen. (Foto: Henry Dijkman)
PEC Zwolle

Etiënne Reijnen denkt niet aan zichzelf

Zwolle - Dat hij zich iets anders had voorgesteld van zijn terugkeer naar Zwolle, is een understatement. Door een langdurige blessure bleef de bijdrage van Etiënne Reijnen dit seizoen vooralsnog beperkt tot drie wedstrijden en een korte invalbeurt. Toch is zijn gebrek aan speeltijd niet zijn grootste zorg. “Er is nu maar één ding belangrijk.”

(door Erwin Dijk)

Opnieuw bleef Etiënne Reijnen vrijdagavond de hele wedstrijd op de bank. Hij zag zijn ploeg dankzij een penalty van Lennart Thy op de valreep een wellicht cruciaal punt wegslepen uit Sittard: 1-1. Ruim een half jaar geleden kwam Reijnen voor het laatst in actie voor PEC Zwolle, toen hij op 30 augustus op bezoek bij Emmen nog een minuutje mocht invallen. Sindsdien bleef het stil rond de verdediger, op het bericht dat hij vermoedelijk de rest van het kalenderjaar niet meer in actie zou komen, na.

Het was een passend vervolg op een seizoen dat voor Reijnen toch al niet erg lekker begonnen was. Vol goede moed was hij na ruim acht jaar teruggekeerd op het oude nest, maar al snel in de voorbereiding raakte de verdediger geblesseerd aan zijn enkel. “Het gebeurde in een oefenwedstrijd tegen Emmen. In eerste instantie ben ik er wel twee weken uit geweest, maar vervolgens heb ik weer gespeeld en ben ik er toch te lang mee doorgelopen.”

Reijnen begon de competitie nog als aanvoerder, was drie wedstrijden basisspeler, maar raakte zijn plek in het elftal kwijt, in eerste instantie aan Sam Kersten. “Ik speelde ook niet erg lekker. Het een had niet per se met het ander te maken, maar ik bleef pijn houden. Uiteindelijk hebben we een mri-scan laten maken en daaruit bleek dat het erger was dan verwacht. Ik had een enkelband gescheurd en ook schade aan een aantal pezen. Die enkel had in de loop der jaren al wat tikjes gehad. Het was een ‘moeilijk enkeltje’, zeg maar. Als sporter heb je wel vaker ergens last van. Soms moet je daar gewoon even doorheen en gaat het vanzelf over, maar dat was nu niet het geval.”

Wat volgde was een ‘heftige periode’, met een revalidatie waarin hij zichzelf tegenkwam. “Ik was net terug bij mijn oude club en ik wilde mezelf natuurlijk laten zien. Dan is het erg pijnlijk als dat niet lukt.” Veel ernstig blessureleed had Reijnen gedurende zijn carrière nog niet gehad, dus het was even wennen dat hij dagelijks bij een fysiotherapeut in Nunspeet aan de gewichten hing. “Elke dag ben je gewoon een uur of drie met oefeningen bezig. Dat is fysiek en mentaal zwaar. De fysiotherapeuten hebben me geweldig geholpen en ik was een groot deel van de tijd samen met Bram van Polen en Mike van Duinen, dus we konden elkaar erdoorheen slepen, maar het viel me niet mee.”

Vlak voor de winterstop sloot Reijnen weer aan bij de groepstraining en sinds het winterse trainingskamp in Zuid-Spanje traint hij weer vrijwel volledig mee met de ploeg. Toch deed trainer John Stegeman nog geen beroep op hem. Spelers als Van Polen, Sam Kersten, Thomas Lam en Yuta Nakayama krijgen tot nu toe de voorkeur centraal achterin.

Reijnen heeft derhalve nog acht wedstrijden om nog wat speeltijd toe te voegen aan de 271 minuten die hij dit seizoen pas in actie kwam. “Ik hoop natuurlijk dat ik nog aan spelen toe komen en nog wat kan laten zien. Maar we zitten nu in een fase waarin er maar één ding belangrijk is en dat is dat we volgend seizoen nog in de eredivisie spelen. Individuele belangen tellen op dit moment niet. Of dat een politiek correct antwoord is? Nee, zo sta ik er ook echt in. Wanneer je 21 bent is het misschien anders, maar ik ben bijna 33, dan word je toch wel wat rustiger in dat soort dingen.”

De verdediger heeft nog een contract tot de zomer van 2021, maar met komend seizoen is hij ‘totaal nog niet bezig’. Over de vraag wat hij zou willen wanneer hij dit seizoen helemaal niet meer aan spelen toe komt, laat hij zich dan ook niet uit.

Niettemin denkt Reijnen zo nu en dan al wel na over de periode na zijn voetbalcarrière. “Ik heb een opleiding gedaan in het bank- en verzekeringswezen, maar dat trekt me totaal niet meer. Graag zou ik iets in het voetbal willen blijven doen. Ik ben gek op het spelletje en het is echt mijn passie en drive. Ik denk dus dat het die kant op gaat, maar het is heel lastig om nu al te zeggen wat ik precies zou willen en of dat bij deze club zou zijn of ergens anders. Gelukkig heb ik nog even om daar over na te denken.”

Erwin Dijk
Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden