Foto:
PEC Zwolle

Tuimeltrein

In extremis, rollercoaster, Houdiniact… Alle vondsten uit het woordenboek voor sportjargon werden zaterdag uit de kast getrokken na de verdiende overwinning van PEC Zwolle op Vitesse.

Het feit blijft dat onze blauwwitten ons meenamen in een tuimeltrein waarbij gevoelens als chagrijn en vervoering elkaar afwisselden als wolken boven de IJssel in schilderijen van Jan Voerman.

De aanvankelijke zwartkijkerij verdween geruisloos, plaatsmakend voor het luidruchtige chauvinisme dat ons voetbalfans zo eigen is. Scherper dan zwart-wit kun je het op zo’n avond niet krijgen. Ik deed er volop aan mee, want ook mijn vertrouwen in een goede afloop paste vooraf ruimschoots in een vingerhoed.

We moesten winnen zaterdag om de gevarenzone van de eredivisie te ontlopen. De trainer had alles uit de kast gehaald om zijn ploeg in standje winnen te krijgen: besloten trainingen, een hotel om het team en de technische staf af te zonderen. Niet vanwege het coronavirus, maar omdat het moest. Kostte wat kost moest er worden gewonnen. Dat moeten werd zelfs in hoofdletters geschreven.

Het lukte zowaar, maar dat vergde van de fans nogal wat geduld. Een vroege voorsprong werd in een minuut tijd buitengewoon knullig uit handen gegeven. Bij rust stond er 1-2 op het scorebord. Om te huilen twitterde ik op dat moment.

De tweede helft deed me meer aan het vriesvak van m’n koelkast denken dan dat we werden vermaakt. Een ogenblik dacht ik er aan om te vertrekken. Risicoloze breedtepasjes en terugspelen op de doelman waren als een breipatroon op het kunstgras uit te tekenen. Nauwelijks zat er teken van leven in het aangeslagen team. Het was een lijdensweg voor de toeschouwers, terwijl Pasen nog moet komen.

Opeens regende het vonken op de plastic sprieten. Uit het niets scoorden we de gelijkmaker en tien minuten later wees de scheidsrechter naar de stip van de tegenpartij. Strafschop als een cadeautje in minuut 90.

1 minuut later, in blessuretijd werd die voorsprong alweer onhandig weggegeven. Dan maar pompen of verzuipen. Onze reserveaanvoerder hielp ons op het droge door in de allerlaatste minuut raak te koppen. Het net bolde, bier vloog door de lucht evenals een cornervlag.

Weg kou, welkom warmte. Het drinken van ijskoffie op een koude zaterdagavond veranderde in het geestdriftig drinken van warme chocolademelk met slagroom. Voor mij dan, want vele supporters gingen massaal aan het bier. Het heilige moeten was gerealiseerd en de brooddronken taferelen op het veld waren symbool voor de ontlading.

De ploeg had veerkracht getoond. De oefenmeester had eindelijk het lef gehad om zijn verdedigend systeem om te zetten naar een aanvallend type. Houden zo trainer. Ga uit van je kracht in plaats van de beperkingen.

We zijn er nog lang niet. Polonaise lopen doen we pas in april, desnoods in mei. We leven nog en wat mij betreft tuimelen we nog lekker een poosje verder, wel naar de goede kant van de streep.

Anton Cramer

Anton Cramer
Meer berichten