Yuta Nakayama is het middelpunt van de feestvreugde na afloop van de wedstrijd tegen FC Groningen afgelopen zaterdag. De Japanner maakte het enige doelpunt.
Yuta Nakayama is het middelpunt van de feestvreugde na afloop van de wedstrijd tegen FC Groningen afgelopen zaterdag. De Japanner maakte het enige doelpunt. (Foto: Henry Dijkman)
PEC Zwolle

Yuta Nakayama op weg naar 'Tokyo'

Zwolle - Ineens stond Yuta Nakayama zaterdag in het middelpunt van de belangstelling. De bescheiden Japanner maakte in de wedstrijd tegen FC Groningen het winnende doelpunt en mag zich prompt de meest scorende PEC-speler van 2020 noemen. Dat terwijl het voor hem toch al een bijzonder jaar belooft te worden. "Ik kijk uit naar de Olympische Spelen, zeker omdat het in mijn eigen land is."

(door Erwin Dijk)

Een dag eerder had Nakayama in het spelershome nog in alle rust teruggekeken op zijn eerste jaar in Nederland. Veel wist hij niet van PEC Zwolle toen hij in januari vorig jaar zijn club Kashiwa Reysol verliet en zijn geluk ging beproeven in Europa. Ja, hij wist dat PEC een keer de beker had gewonnen en Jaap Stam kende hij 'natuurlijk' ook. "Het was mijn droom om naar Europa te komen en dit was mijn kans."

Onder meer dankzij het kijken van films gaat het steeds beter met zijn Engels. Op zijn gezicht verschijnt een grote glimlach wanneer hij de vraag over zijn debuut begrepen heeft. "Ah, mijn eerste wedstrijd, dat was geweldig!" Nakayama mocht eind maart voor het eerst invallen in de gewonnen thuiswedstrijd tegen FC Emmen. Het Zwolse publiek gaf hem een warm welkom, door minutenlang zijn naam te scanderen. "Het was niet normaal. Iedereen was voor me aan het zingen. Het was net carnaval."

Ondanks die mooie middag was zijn start in Nederland niet gemakkelijk. Op bijna tienduizend kilometer van huis moest de jonge Japanner zijn weg zien te vinden. "In het begin moest ik wel erg wennen aan het leven hier. Alles is anders dan in Japan: het eten, het weer en de hele cultuur. De overgang was best moeilijk. En ik was alleen, zonder familie."

De verdediger voegt er meteen aan toe dat de komst van Sai van Wermeskerken het afgelopen zomer voor hem een beetje makkelijker maakte. "En verder heb ik contact met Ritsu Doan (PSV, red.), Keito Nakamura (FC Twente) en Ko Itakura (FC Groningen). We spreken vaak samen af. Dan gaan we naar het Okura Hotel in Amsterdam om te eten. Dat is fijn." Ook met zijn ervaren landgenoot Keisuke Honda, die onder meer bij VVV en AC Milan speelde en onlangs nog enkele maanden bij Vitesse actief was, heeft Nakayama vaak contact. "Hij is een grote motivatie voor mij. Hij vertelt mij bijvoorbeeld wat ik moet doen om het topniveau te bereiken."

Enigszins gewend aan het leven in Nederland, begint Nakayama ook in het veld zijn draai steeds beter te vinden. In het nieuwe systeem met vijf verdedigers is hij de laatste weken basisspeler. Samen met Bram van Polen en Sam Kersten vormde hij zaterdag tegen FC Groningen het centrale trio. "Ik vind het fijn, want met Japan spelen we ook zo. Voor mij is het niet moeilijk." De Japanner onderstreept zijn groeiende vorm zelfs met doelpunten. Zo schoof hij tegen FC Utrecht twee weken geleden kort voor tijd de 3-3 binnen en zaterdag was hij matchwinner. Uit een corner kopte hij vlak voor rust raak. "Het is moeilijk om te kiezen, maar dit doelpunt levert drie punten op en die tegen Utrecht één", zei hij daar na afloop over tegen de Stentor. "Ik denk dus dat dit mijn beste moment voor PEC Zwolle was."

De Japanner viert deze maand zijn 23e verjaardag, maar heeft ondanks zijn nog jeugdige leeftijd al heel wat internationale ervaring. Zo speelde hij drie jaar geleden op het WK voor spelers onder 20 jaar en was hij afgelopen zomer met het nationale elftal van Japan actief op de Copa America in Brazilië. De Aziaten waren daar uitgenodigd om het deelnemersveld op te vullen en kwamen met twee gelijke spelen en een nederlaag niet door de poulefase. Nakayama kijkt dan ook met gemengde gevoelens terug op het avontuur. "Het was een mooie ervaring, maar ik was toch een beetje gefrustreerd. De tegenstanders waren natuurlijk goed, maar we hadden beter kunnen doen. Zelf speelde ik ook niet mijn beste wedstrijden."

Het wordt hoogstwaarschijnlijk niet Nakayama's laatste optreden op een groot toernooi, want komende zomer speelt hij met Jong Japan op de Olympische Spelen, nota bene in zijn eigen hoofdstad Tokyo. "Daar kijk ik heel erg naar uit, zeker omdat het in ons eigen land is. Ik weet niet of we kans maken op de overwinning, maar we gaan ons best doen."

Tijdens de interlandbreak in maart staat er weer een trip naar Japan gepland, als hij met het Olympische team enkele oefenwedstrijden speelt. De lange reis neemt hij voor lief. "Het is zwaar, maar ik vind het leuk omdat het voor een goede reden is. Het is elf uur vliegen naar Tokyo. Dat valt nog mee. Van Brazilië naar Japan waren we een keer dertig uur onderweg."

Erwin Dijk
Meer berichten