Foto:
PEC Zwolle

Balsem voor de geest

M'n oudste kleinzoon spaart voetbalplaatjes. Toen hij mij vorige week z'n bescheiden collectie liet zien, trok er een asgrijze wolk over mijn daarvoor zonnige stemming. Geen enkel plaatje van PEC Zwolle-spelers kon ik ontdekken in zijn verzameling.

Samen snelden we naar de dichtstbijzijnde AH en ik sloeg voor meerdere tientjes boodschappen in. Thuis peuterden we snel de pakjes open en daar lachte het glunderende hoofd van Mustafa Saymak ' kind van de club', ons beiden toe.

Met ongebreidelde gretigheid begon ik kleinzoon te vertellen over de club die mij zo na aan het hart zit gebakken. Dat het blauwwitte shirt 1.000 keer mooier is dan het groengeel van ADO Den Haag, de stad waar hij woont. Ik beloofde mijn kleinzoon ter plekke de volgende keer een 'Zwolfje' mee te nemen. Veel mooier dan zo'n pluchen ooievaar…

M'n schoonzoon lachte zuinig. Na mijn opmerking dat wij boven en zij onder de streep der degradatie verkeerden, bleef het stil in de kamer. Ik besef me donders goed dat ik een strohalm te pakken had waar ik me aan vastklampte. Maar toch, je laat je club nooit vallen. Ook al staan we er buitengewoon beroerd voor.

Al 42 jaar kom ik in het Oosterenkstadion. Ben Hendriks zelf was het die onbedoeld mijn liefde voor de club tot leven leven wekte. Op 15 mei 1978 in de kampioenswedstrijd tegen FC Vlaardingen '74 kopte hij het eerste doelpunt tegen de touwen. Het moment dat ik mijn leven lang niet meer vergeet. Het gejuich van de mannen om mij heen. Ik voel nog hun klappen op mijn schouders. Hoor nog hun plezierig juichen.

Vanaf dat moment voelde ik mij thuis in het Oosterenkstadion. Dank zij Ben die een corner verzilverde. Lief en leed heb ik gedeeld. Met een paar duizend mannen in de bijtende kou wedstrijden kijken tegen Veendam, Top Oss en Telstar. De derby's tegen de aartsvijand. De promoties en de degradaties. Alles kwam voorbij.

Het lukte me om mijn PEC-gevoel bij mijn zoon over te brengen. Samen zagen we de bekerwinst in 2014 op het kansloze Ajax. Het waren hoogtijdagen voor mijn club. Juist nu houd ik mij krampachtig vast aan dit soort memorabele feiten. Het gaat niet goed en het degradatiespook hijgt amechtig in mijn nek. Dan zijn deze herinneringen balsem voor de geest.

Voorzitter Visser verkondigde maandag tijdens de nieuwjaarsreceptie dat hij en zijn technische mensen het schrikbeeld van deze afschuwelijke vernedering met alles wat in hen zit zullen weren uit het stadion. Hun vertrouwen in de huidige selectie is groot.

Bovendien was er een geslaagd trainingskamp in Spanje. Uiteraard worden alle zeilen bijgezet om deze ramp te voorkomen. Zonder nieuwe spelers, want nogmaals, het vertrouwen van de technische staf is onkreukbaar. Ik wacht met gekruiste vingers af.

In de stad van mijn kleinzoon weten we op 10 mei wie het onderspit delft. De ooievaar of Zwolfje. Ik hoop natuurlijk dat de Haagse laagvlieger er uit gaat. Ik ben er echter niet gerust op. Vertrouwen is heel wat anders dan hoop.

Anton Cramer

Anton Cramer
Meer berichten