Zwolle Hilda van der Tuin over brugklassers. © 2015 Foto Frans Paalman Zwolle
Zwolle Hilda van der Tuin over brugklassers. © 2015 Foto Frans Paalman Zwolle (Foto: FotoPersBuro Frans Paalman)
Column

Oeps …. gevoel

Gedrag van je kind wordt gestuurd door gevoelens. Maar dat wordt niet altijd herkend. Als een kind enthousiast en beweeglijk is, wordt het vaak gecorrigeerd met ''Hé, doe niet zo druk''. Daarmee negeren we zijn levenslust of de blijdschap vanwege zijn verjaardag. Als een kind boos is omdat het niet mee wil naar de supermarkt zeggen we ''Jij werkt ook nooit eens mee'', en dan zien we niet dat hij zo graag zijn Lego-bouwwerk wil afmaken waar hij al een uur geconcentreerd mee bezig is.

De vier B's (Boos, Blij, Bedroefd en Bang) zijn heel handig om kinderen uit te leggen hoe het allemaal werkt. Ik vertel eerst dat het prettig is dat wij deze B's hebben. Omdat we blij kunnen zijn, hebben we plezier met elkaar. Doordat we boosheid voelen, kunnen we onze grens aangeven. Als we bedroefd zijn, kunnen we de moeilijke dingen in het leven verwerken. We zijn bang zodat we weg kunnen rennen in gevaarlijke situaties. Ze zijn dus nuttig! Maar gevoel kan ook doorschieten. Als je té boos bent, heb je altijd ruzie. Als je té bang bent, durf je niets meer. Daarom is het belangrijk om kinderen te leren hun emoties te controleren. Het geeft zelfvertrouwen als je niet overspoeld wordt door gevoel. Ook in sociale situaties is het prettig dat kinderen hun emoties herkennen en beheersen.

De vier B's zijn de basisemoties. Uiteraard kent elke categorie zijn uitbreidingen. Bij 'Boos' horen bijvoorbeeld ook teleurgesteld, gefrustreerd of de overtreffende trap woedend. Een kind moet al die nuances en woorden nog leren. In de beleving van een peuter of kleuter zijn er maar twee standen: Aan of Uit. Je kunt je kind helpen om de variaties van emoties te leren door hun gevoel te benoemen. Dan zeg je ''Ik snap dat je teleurgesteld bent dat we naar de winkel moeten. Je was zo geconcentreerd aan het spelen''. Je erkent het gevoel van je kind én leert het op die manier de passende woordenschat. Er zijn veel prentenboeken over emoties en leuke spelletjes. De film 'Binnenstebuiten' is ook een aanrader om samen te bekijken.

Het is helpend als je je kind de controlemechanismen aanleert. ''Stop nu eens met janken'' wordt dan ''Zet je voeten eens op de grond en haal een paar keer diep adem. Dan kan je makkelijker stoppen met huilen''. Als een kind snel ontploft kan je samen een stoplicht tekenen en ophangen in de keuken. Groen gedrag is het gewenste gedrag. Oranje is de fase waarin je ziet dat de boosheid zich opbouwt. Hier schrijf je samen op wat je kind kan doen om de ontploffing te voorkomen (bijvoorbeeld een rustige plek opzoeken, hulp vragen of gaan bewegen). Rood is het niet-gewenste gedrag. Zo ziet het kind dat er een opbouw plaats vindt en dat hij zelf kan voorkomen dat het rood wordt. In een lastige situatie wijs je het kind op het schema en voorkom je discussie. Het vraagt wat investering van je maar de meeste kinderen kunnen halverwege de basisschool hun emoties benoemen en controleren. Dát geeft een goed gevoel!

Hilda van der Tuin is kinder- en jongerencoach.

Wil je meer informatie of persoonlijke begeleiding voor je kind? Kijk dan op www.jijzwolle.nl

Joop de Haan
Meer berichten