Foto: Frans Paalman

Burgemeester Henk Jan Meijer: 'Niemand heeft de afgelopen 19 jaar zo'n leuke baan gehad als ik'

Zwolle - Nog dichtgevouwen verhuisdozen staan tegen een kast in zijn werkkamer, achter zijn bureau staan twee half gevulde dozen. De koffietafel gaat schuil onder stapels boeken over Zwolle, klaar om te worden ingepakt. "Maar ik denk dat ik het bij twee verhuisdozen laat. Dan kan mijn opvolger de boeken lezen", zegt burgemeester Henk Jan Meijer lachend. Hij neemt vrijdag na negentien jaar afscheid als burgemeester van Zwolle. Hij blikt met een goed gevoel terug op zijn jaren als burgemeester. Over de eerste jaren in Zwolle - 'ik was wat flegmatiek in het begin" -, de groei van de stad, en in de schwung die in de stad en in hem kwam. "Niemand heeft de afgelopen negentien jaar zo'n leuke baan gehad als ik", is zijn conclusie.

(door Joop de Haan)

Bij zijn komst in de zomer van 2000 wist hij dat verwacht werd dat hij minstens één ambtstermijn van zes jaar moest blijven. "Dat was heel nadrukkelijk de wens in het sollicitatiegesprek. Dat was een reactie op burgemeesters Loek Hermans en mindere mate Jan Franssen, die snel vertrokken. Maar ik ben in eerdere banen ook lang blijven zitten. Ik heb tijdens het gesprek bij de eerste herbenoeming gezegd dat als ik er bij de volgende herbenoeming nog zit, ik er waarschijnlijk ook tot mijn pensioen zou blijven zitten. Dat was een beetje een grapje, maar het is wel uitgekomen."

"Tijdens mijn tweede ambtsperiode heb ik een keer uitgekeken naar iets anders. Maar je merkt als je met zo'n proces bezig bent ook wat je gaat missen. Zwolle is een mooie stad. Het is hier leuk om te wonen, ik ben natuurlijk ook burger van de stad."

"En er is hier ook voldoende te besturen. De stad heeft een regiofunctie, je hebt een rechtbank, een provinciehuis, heel veel onderwijsinstellingen, een spoorwegknooppunt. Als ik iets anders zou willen doen moest het wel iets heel bijzonders zijn. Ik vond geen andere stad tot 200.000 inwoners even leuk en wil ook het liefst werken in lokaal bestuur."

"Daar komt bij dat ik niet voelde dat mensen me wegkeken, en ik mezelf steeds opnieuw uitvond. Ik groeide nog steeds, bleef scherp en haalde ook voldoende uitdagingen uit het werk. Het is nooit routine geworden, met een gevoel: ik doe dit nu voor de zoveelste keer. Continuïteit wordt ook gewaardeerd in de stad, dat vinden mensen belangrijk, ze weten wat ze aan je hebben. Ook al doe je misschien niet wat ze willen."

Meijer was voor zijn komst naar Zwolle elf jaar wethouder in Den Haag. Hij moest wennen in Zwolle. "Meer dan ik gedacht had. Ik was flegmatiek in het begin. Ik ben nogal een kat-uit-de-boom-kijker. Maar als burgemeester heb je die tijd niet. Je bent meteen het boegbeeld."

"Ik heb hier ontdekt dat de functie van burgemeester anders is. Als wethouder zat ik inhoudelijk in dossiers. Als burgemeester moet je er toch iets meer boven hangen en kijken naar het proces, de rolverdeling, hoe ligt een onderwerp in de stad, wanneer moet je een stap naar voren doen om een crisis te voorkomen? Dat kon ik niet direct, want ik kende de mensen in de stad niet, het is dan lastiger om je gezag te uiten. Inmiddels is het zo dat als het college iets besluit, ik bij wijze van spreken op zaterdagavond in de businessclub van PEC Zwolle hoor wat mensen er van vinden. De terugkoppeling is veel directer."

Carnaval was ook iets waar Meijer aan moest wennen. Hij wilde dat aanvankelijk niet vieren. "Ik heb daar iets te snel in mijn Haagse reflex nee op gezegd. Ik heb onderschat hoe belangrijk dat was voor een deel van de stad. Dat is dan wel een beeld dat blijft hangen. Maar ik moest er even doorheen. De zittingsavond, sleuteloverdracht en het concert, dat was leuk. Maar ik doe er volgend jaar niet meer aan mee."

Dat directe was ook een cultuurverschil met Den Haag. "Men zei mij al wel dat mensen in Zwolle indirecter zijn dan in Den Haag. Dat leek me overdreven, maar het klopte wel. Mensen hier vinden het moeilijk om nee te zeggen, zeker in je gezicht. Dus moet je zorgen dat je weet wat ze denken en zorgen dat je in een goede informatiepositie komt. Je moet mensen om je heen krijgen die vertrouwd zijn. Dat is iets dat zich moet settelen en groeien."

Dat geen nee durven zeggen was iets waar Meijer in de eerste jaren tegenaan liep. "In de eerste periode heb ik heel erg gelet op besluitvorming. Bijvoorbeeld bij de bouw van theater De Spiegel. Er werden steeds alternatieve locaties voorgesteld om maar geen nee te hoeven zeggen. Tegelijk speelde de bouw van het nieuwe voetbalstadion. Sommige partijen waren tegen het stadion, sommige tegen het theater. Toen heb ik gezegd: Je kunt het allebei tegenhouden of allebei mogelijk maken en elkaar wat gunnen."

De bouw van De Spiegel en het PEC-stadion was goed voor het zelfbewustzijn in de stad. "In die periode merkte je dat Zwolle op een wat grotere schaal begon te denken. Eerder werd gedacht dat het stadion en theater te groot waren maar dat bleek helemaal niet zo te zijn."

In zijn tweede ambtsperiode startte Meijer met de actie Samen Maken We De Stad, waarbij de gemeente aanjager was van samenwerken en dat ook faciliteerde. "Dat gebeurde vanuit de gedachte: 'we kunnen samen een heleboel dingen doen'. Dat gaat niet om de burgemeester, maar ook om instituties, corporaties, en zorg- en onderwijsinstellingen."

"Toen kwam er een bepaalde schwung, je zag dat Zwolle zich ontwikkelde. Dat begon tien, twaalf jaar geleden. Dat heb ik niet allemaal bedacht en uitgevoerd. Want om dingen te realiseren hebben we Ralph Keuning nodig, en Wim Waanders, en Ron Jans, en Jonnie Boer en Adriaan Visser en noem ze allemaal maar op. Ik heb niet de ideeën, ik kan geen wolk op de Fundatie verzinnen. Maar als burgemeester kan ik wel een klimaat scheppen waarin dat gefaciliteerd en mogelijk wordt."

De regiofunctie was belangrijk bij die ontwikkeling. "We hebben meer functies dan voor de 128.000 inwoners van de stad. Mensen uit Meppel gaan ook naar PEC, Hedon, De Spiegel en Isala. Die voorzieningen en ook de binnenstad zijn voor een paar honderdduizend mensen. Je merkt dat Museum De Fundatie mensen trekt van buiten de regio. Die gaan na museumbezoek de binnenstad in. Die mogelijkheden werden eerder niet benut."

Als Meijer door de stad loopt ziet hij plekken waar hij als burgemeester het verschil heeft gemaakt. "Ik heb gestimuleerd dat er aandacht is voor de openbare ruimte van de binnenstad, bijvoorbeeld dat de Melkmarkt werd heringericht. En de aanleg van het Rodetorenplein. Openbare ruimte creëert geen binnenstad, maar een ondernemer kan er wel een terras neerzetten. Op die manier werk je er wel aan mee. Ik heb er ook aangetrokken dat we iets aan de Grote Kerk gingen doen."

"Ik kan ook heel blij worden van de renovatie van Holtenbroek, ook al heb ik daar zelf niet veel aan gedaan. Holtenbroek was wel een aandachtspunt in mijn veiligheidsportefeuille, er waren schietpartijen en er was drugshandel. Als je dan ziet hoe Holtenbroek I is geworden, dan vind ik dat mooi."

Burgemeester is een beroep van 24 uur per dag, zeven dagen in de week. Is dat hard werken? "Het is meer de beschikbaarheid dan het hard werken. Ik heb dat niet erg gevonden. Ik wil niet stoer doen dat ik 80 uur in de week werk, maar 60 tot 70 uur niet vrij beschikbare tijd kost het wel. Ik moet ook stukken lezen in het weekend. Daar moet je handig mee omgaan. Soms is er een moment dat de hele familie iets anders doet, dan is dat het moment om stukken te lezen."

Daar kwam bij: een heleboel dingen die Meijer in het weekend als burgemeester doet, vindt hij ook leuk. "Dus ik ga naar het voetbal, met het college van Emmen, of Almelo, en soms ook wel met mijn dochter. Maar je weet je dat je in de rust wordt aangesproken. Ik ga ook wel eens met mijn vrouw naar een concert in De Spiegel. Maar ik ga altijd als burgemeester, dat weet mijn vrouw ook. Dat betekent dat je in de pauze niet praat over de opvoeding van de kinderen, want er komen altijd mensen op je af als je aan een statafel koffie drinkt. Het blijft altijd deels werk, ik ben altijd attent op wat ik zeg. Ik kleed me hier ook net even iets formeler dan als ik op vakantie in Italië ben. Ik ga niet in een korte broek de binnenstad in."

"Ik heb ook altijd geprobeerd om mijn gezin zoveel mogelijk bij mijn werk te betrekken, niet dat ik vier avonden niet met eten thuis ben. Want dat is voor het gezin wel een trefpunt, dat je elkaar even ziet en vraagt hoe het op school gaat. Ik vroeg me altijd af of ik iets leuks heb meegemaakt dat mijn dochters ook leuk vinden om te horen. In feite gaat het dus heel erg in elkaar over."

Meijer was niet alleen burgemeester, maar ook burgervader bij dieptepunten. "Dan denk ik altijd aan crisis en rampen. De gasontploffing aan de Melkmarkt, grote branden. Ik merk dat het betekenis geeft als ik langs ben geweest. Dat is de symboolfunctie van de burgemeester. In het begin dacht ik 'doe maar gewoon', maar dat is mijn rol en die moet ik ook invullen: naast iemand staan, even je arm er omheen slaan. Je moet er ook vrijwel direct zijn. Dat geeft iets geruststellends, 'de burgemeester is er'."

Hoogtepunten waren er ook. "Veel landelijke dingen. De intocht van Sinterklaas in 2003, bekerwinst PEC, het ontvangen van de Olympische winterploeg in 2006. Maar absoluut hoogtepunt was Koningsdag in 2016. Daar was iedereen in de stad trots op: kijk eens wat we hier kunnen, wat een leuke uitstraling hebben we. En we hebben Koningsdag in zes maanden met elkaar georganiseerd. Dat was echt een voorbeeld van Samen Maken We De Stad."

Meijer bezocht talloze keren 60- en 65-jarige huwelijksjubilea. "Ik ben gegroeid in die bezoeken, ik ben in kleine gezelschappen ook meer op dreef dan wanneer ik voor grote groepen sta. Door die bezoeken kom je dichter bij mensen. Vooral als de kinderen van het bruidspaar er bij zijn. Ik vraag ik vaak hoe de verkering aan is geraakt. Soms zitten de kinderen dan ook vol spanning op het antwoord te wachten. Dat is gewoon leuk. Ik denk dat de nieuwe burgemeester in het eerste jaar veel van die bezoeken moet doen. Hij moet het natuurlijk zelf weten, maar het is goed voor je draagvlak."

Joop de Haan
Meer berichten