Gégé Callenbach op de plek waar het Hervormd Weeshuis ongeveer stond. (foto: Sigrid Aalfs)
Gégé Callenbach op de plek waar het Hervormd Weeshuis ongeveer stond. (foto: Sigrid Aalfs) (Foto: )

Lezing Erfgoed Platform: De wereld achter het Weeshuis

Zwolle - Wat zich afspeelde in het verleden in en rond de stedelijke Zwolse Weeshuizen tussen de zestiende en twintigste eeuw, is het onderwerp van een lezing van Gégé Callenbach namens Vereniging Vrienden van de Stadskern Zwolle. Het Hervormd Weeshuis neemt daarin een speciale plek in. "Ik heb een boek geschreven over het onderwerp, dat was er nog niet, omdat Het Hervormd Weeshuis een van de oudste en meest gerespecteerde instellingen was van de stad."

(door Sigrid Aalfs)

Weeshuizen bestaan tegenwoordig niet meer, maar de Zwolse Stichting Hervormd Weeshuis nog wel; ze geeft subsidies aan activiteiten die met jongeren tot vijfentwintig jaar te maken hebben. Het gebouw van het Hervormd Weeshuis stond ongeveer op de hoek Broerenstraat en Botterstraat.

Burgers konden destijds hun wezen gerust onderbrengen in dit huis, blijkt uit een vier-jarige studie van Callenbach in Historisch Centrum Overijssel. Hierdoor hoefden kinderen niet op straat te leven. Wel was het alleen voor burgers, die bepaalde voorrechten hadden, en niet voor bijvoorbeeld andere inwoners. Voor hen werd in de zeventiende eeuw andere opvang mogelijk gemaakt. In die tijd had het dan ook de naam Burgerweeshuis. Na het onderzoek was Callenbach het meest verbaasd over de individuele aandacht voor het kind die het bestuur van het weeshuis had.

Callenbach had in zijn werkzame leven een bestuursfunctie bij het Agnieten College en hij zat in het bestuur van het Hervormd Weeshuis. "Omdat ik ooit sociaal-economische geschiedenis deed, heb ik een fascinatie voor dit onderwerp. Ik ben hevig gefascineerd door dit weeshuis, hoe wezen zelfstandig werden, hoe ze met elkaar omgingen, maar ook ben ik geïnteresseerd in de wees als mens, en in de pedagogische omstandigheden. In Zwolle was geen sprake van Dickens-achtige toestanden. Dat wil niet zeggen dat het altijd goed ging met de weeskinderen."

Callenbach interviewde voor zijn studie zelfs oud-bewoners. Vanaf de negentiende eeuw kwam in de maatschappij de vraag op of kinderen beter af waren in een instelling of in een voogdijgezin. De welvaart nam toe, mensen werden steeds gezonder, leefden langer, en daardoor werd de opvang in eigen kring makkelijker.

In de negentiende eeuw ontdekte hij dat enerzijds in het weeshuis strikte gehoorzaamheid gold, en het dragen van een uniform waarmee het kind wel een deel van zijn of haar identiteit verloor. Anderzijds zetten personeel en bestuur zich erg in voor de wezen, om hen zo goed mogelijk te begeleiden naar zelfstandigheid. "Er werd ook steeds meer gelet op de individuele behoeften en mogelijkheden van elk kind, wat ook paste in die tijd."

De titel van Callenbachs boek is 'Stedelijke Weeshuizen van Zwolle 1550-1970'. De lezing is vrijdag om 20.00 uur in Waanders in de Broeren; dit is in het kader van de lezingenserie van het Erfgoedplatform Zwolle.

Joop de Haan
Meer berichten