Zwolle Hilda van der Tuin over brugklassers. © 2015 Foto Frans Paalman Zwolle
Zwolle Hilda van der Tuin over brugklassers. © 2015 Foto Frans Paalman Zwolle (FotoPersBuro Frans Paalman)
Column

Brusjes

Met z'n vieren fietsen we richting school. Onze oudste mag zijn eindpresentatie geven zodat hij over enkele weken zijn eindexamen mag doen. Onze jongste gaat mee uit nieuwsgierigheid. Vooral ook omdat hij na de zomervakantie op dezelfde scholengemeenschap gaat starten. De broers hebben het erover dat het jammer is dat ze niet een jaar samen op dezelfde school zitten.

Daarom geeft de ervaringsdeskundige nu alvast wat tips aan de aanstaande brugger. ''Deze route is fijn want dan kom je langs de McDonald's.'' ''Als je te laat vertrekt moet je die andere route nemen, want die is sneller.'' Eénmaal gearriveerd op school laat hij zijn broertje de kluisjes zien en wordt de conciërge aangewezen die net wat makkelijker smoesjes accepteert. Wij als ouders, hobbelen er achter aan. Met een trots gevoel, want alle ruzies rondom huishoudelijke taken, het laatste stukje taart of de fijnste plek op de achterbank zijn even vergeten.

In het algemeen is het prettig om een broer of zus (brusje) te hebben. Er is altijd iemand aanwezig om mee te spelen. Jongere kinderen kunnen kijken hoe een oudere broer of zus de dingen regelt. Er is iemand beschikbaar waar je mee kan kletsen of make-up mee kunt uitwisselen. Zelfs de ruzies hebben voordelen. In een veilige setting leer je op je beurt te wachten, je grenzen aan te geven of te discussiëren. Dat zijn mooie vaardigheden die je ook goed kan gebruiken in de wereld buiten het gezin.

Maar er is één groot nadeel aan broers en zussen. Je moet de aandacht van je ouders met hen delen. Dat is beslist niet fijn. Iedereen wil gezien worden en aandacht ontvangen. Daar hangt een gevoel van veiligheid en 'erbij horen' aan vast. 90 procent van de kinderen reageert met negatief gedrag als er een broertje of zusje komt. Hieronder zit (onbewust) de angst dat je ouders niet meer van jou houden.

Dus ouders; daar is je opdracht. Zorg dat elk kind zich gewaardeerd en gezien voelt in zijn of haar eigenheid. Geef je kind de boodschap: ''Er is genoeg voor jou, ook als je broer of zus aandacht krijgt''. Creëer een positieve sfeer in huis waarin iedereen waardering krijgt voor zijn of haar bijdrage. Organiseer gezinsactiviteiten, maar plan zo nu en dan ook uitstapjes met een kind alléén. Wees voorzichtig met vergelijkingen (''Doe nou eens als je broer; die heeft altijd zijn huiswerk op tijd af''). Daarmee werk je jaloezie en afgunst in de hand.

Als je toch moet bemiddelen bij een ruzie, focus dan op een oplossing en niet op de schuldige. Het is altijd moeilijk het exacte verhaal te achterhalen. Stimuleer ze om zelf de situatie op te lossen op een manier die voor allebei fijn is. Maak een succesmuur van alle situaties waarin dit gelukt is. Hang foto's op van gezinsuitstapjes. En besef dat het niet vanzelfsprekend is dat broer en zussen het goed met elkaar kunnen vinden. Ook al is er gemeenschappelijk DNA, het blijven eigen persoonlijkheden!

Hilda van der Tuin is kinder- en jongerencoach. Kijk dan op www.jijzwolle.nl

Joop de Haan
Meer berichten