Logo peperbus.nl


Foto: Joop de Haan
Column

Meer beweegmomenten

In september heeft de Tweede Kamer rondetafelgesprekken gevoerd over het bewegingsonderwijs. De initiatiefwet van de SP stelt voor om uit te bouwen naar drie uur bewegingsonderwijs van een vakdocent. De meeste kinderen krijgen gemiddeld genomen twee uur bewegingsonderwijs op school en binnen het primair onderwijs verzorgt vaak een groepsleerkracht de les.

We zijn het met elkaar eens dat de jeugd een beweegachterstand heeft en dat het de hoogste tijd is om meer tijd vrij te maken voor bewegen. De Nederlandse Sportraad en enkele andere toonaangevende instanties willen dit realiseren door de inzet van vrijwilligers of andere professionals. De KVLO (Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding) is hier geen voorstander van en is van mening dat het vak bewegingsonderwijs alleen door een HBO geschoolde vakdocent aangeboden mag worden. Deze vakgroep vindt bijval in de wet en regelgeving die stelt dat alleen bevoegde mensen het vak mogen uitoefenen. Ik heb laatst zelfs gelezen dat voormalig voorzitter van Ajax, Michael van Praag, dit te gek voor woorden vindt! Zelfs een gerenommeerde coach als Ronald Koeman mag niet voor de klas mag staan, want dan is de school juridisch niet gedekt.

Handelen in het belang van de jeugd bij bewegingsonderwijs

Deze landelijke discussie heeft ook de tongen in Zwolle losgemaakt. Zo hebben twee directeuren van Landstede als reactie hierop een brief ingezonden waarin zij stellen dat de mbo'er het verschil kan maken in het bewegingsonderwijs. De inhoud van dit stuk kreeg bijval van Renate Wennemars die in haar column het idee omarmt en onderschrijft.

Ik vind het goed dat er een stevige discussie gevoerd wordt op het gebied van het bewegingsonderwijs. Echter moeten we niet vergeten waar het uiteindelijk om draait; we willen met z'n allen ervoor zorgen dat de jeugd vaker beweegt. Het belang van een vakbond of van een opleiding moet in dit geval van ondergeschikt belang zijn. Als voormalig vakdocent bewegingsonderwijs heb ik heel veel begrip voor het standpunt van de KVLO, maar tevens begrijp ik het standpunt van het mbo. De basis is plezier beleven aan het sporten en bewegen met als doel dat een kind zijn of haar leven lang blijft sporten. Naast het beleven van plezier, willen we de kinderen echter ook beter leren bewegen. De HBO geschoolde vakdocent is hiervoor waarschijnlijk beter toegerust dan een mbo'er (of een type als Ronald Koeman), maar dat wil uiteraard niet zeggen dat een mbo'er geen goede les kan verzorgen.

Zowel persoonlijk als professioneel ben ik van mening dat we moeten kijken naar de kansen en mogelijkheden. Handelen in het belang van de jeugd is mijn devies. Krachten bundelen, samenwerken en met een gezamenlijk plan naar de Tweede Kamer gaan. Een realistisch en betaalbaar plan is in mijn ogen dan ook een combinatie van hbo'ers met mbo'ers.

Roger Knoops (manager SportService Zwolle)

Joop de Haan
Meer berichten

Shopbox