Logo peperbus.nl


Foto: Anton Cramer
Column

Overpeinzing

Een buitenstaander kan zich ons zwarte gat nauwelijks voorstellen, maar zonder voetbal is de liefhebber ernstig beperkt. Uiteraard zijn er andere keuzes die zich aandienen, maar dat blijven een soort vleesvervangers waarbij het water niet spontaan uit mijn mond loopt. Opeens is er een zee van tijd om bijvoorbeeld de schuur op te ruimen. Of een rondje te maken door de binnenstad en thuis te komen met een nieuwe winterjas. Lekker warm voor straks op de tribune, knipoog ik voor de spiegel naar mezelf.

Er is volop ruimte voor bespiegeling. Zoals ik tot mijn plezier vaststelde is het deze maand veertig jaar geleden dat ik me liet inschrijven als inwoner van Zwolle. Een paar maanden later, om precies te zijn op 15 mei 1978 werd ik besmet met het PEC-virus. De kampioenswedstrijd tegen FC Vlaardingen was mijn eerste wedstrijd in het Oosterenkstadion. Die dag raakte de club een gevoel bij mij aan dat tot leven werd gewekt en nooit meer weg dommelde. De vraag in mijn overpeinzingen van de laatste dagen is simpel. Wat is dat PEC-virus?

Het antwoord is eigenlijk hetzelfde op de vraag wat die veertig jaar Zwolle mij heeft gebracht. Behalve dat het me in materiële zin veel heeft gegeven, is het zeer waarschijnlijk de instelling van de inwoners en de club. Eenvoud en bescheidenheid zijn begrippen die bij mij passen als mens en als voetballiefhebber. Lukt het je door de aanvankelijke terughoudendheid van een Zwollenaar heen te prikken, dan ontmoet je warmte, gastvrijheid en bezieling. Ook op de voetbaltribune, die in wezen niets anders is dan een dwarsdoorsnede van de samenleving. Deze smaakmakers ontmoette ik die gedenkwaardige dag in mei 1978.

Bennie Hendriks, wijlen Kees Kornelis en Koko Hoekstra tekenden voor de doelpunten, die op z'n Zwols werden ontvangen. Aanvankelijk moest men het nog maar zien of de kampioenstrofee werd veroverd. Toen het zover was stroomde het centrum vol, was de huldiging warm en zinderde de stad.

Vanaf die dag was ik verkocht. PEC was mijn club waar ik me thuis voelde. Ik voedde zoonlief op op de tribune en maakte er vrienden.

Diezelfde nostalgische gevoelens werden afgelopen zondag in één dag bevestigd. In een column in Trouw las ik een stuk over de stand van zaken over het Nederlandse voetbal. Onze oefenmeester werd in het slot genoemd als één van de vernieuwende trainers. "Dat alles wat je doet iets zou helpen, maar dat je het niet moet overtrekken". Bam, dacht ik. Die man voelt de club aan als geen ander. Een denkbeeldige duim ging omhoog. De zin die volgde was nog zo'n karakteristiek. "Hij wil niet dat we (PEC Zwolle) arrogant gaan doen, of dat we minder gaan doen". Zwols bewustzijn anno 2018.

En dat je dan in de loop van de middag leest dat de club een 'miljoenenaanbod' op één van onze verdedigers heeft afgeslagen. Weer die herkenning. De club en de stad hebben de afgelopen veertig jaar niet stil gezeten. Met dit bestuur is meer zelfbewustzijn de club ingeslopen. Op het veld zagen we dat al. Nu ook aan de bestuurstafel. Het gaat inmiddels om de hoofdprijs.

Anton Cramer

reageer als eerste
Meer berichten

Shopbox