Vice-dijkgraaf Hans de Jong voor het gebouw van Waterschap Drents Overijsselse Delta. (foto: Frans Paalman)
Vice-dijkgraaf Hans de Jong voor het gebouw van Waterschap Drents Overijsselse Delta. (foto: Frans Paalman)

Serie 'Wat als het water komt': Waterschap moet ons veilig houden

Zwolle - "Ik zie buien waarvan we dachten dat die pas over vijftig jaar zouden komen." Aan het woord Hans de Jong vice-dijkgraaf van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. Hij is de eerste die ik spreek op een tocht langs deskundigen. Ik stel de komende vier weken vragen over de gevolgen van de toenemende wateroverlast voor de stad Zwolle. Wat kunnen we verwachten? Hoe bereidt de stad zich voor? Deze week gaat het over de moeder aller waterproblemen: de dijkdoorbraak.

(door Alie de Vries)

"Toevallig hoorde ik gisteren klimaatwetenschapper professor Leo Meijer", vertelt De Jong. "Hij sprak over een, in het slechtste geval, toekomstige zeespiegelstijging van twintig meter. Dat is wel heel veel meer dan we tot nu toe verwachtten. Dan zullen toekomstige generaties moeten verhuizen want daar is geen dijk tegen opgewassen."

De urgentie is in de eerste minuut van het gesprek met de vice-dijkgraaf duidelijk. 'Zwolle krijgt van veel kanten water", legt De Jong uit. "De rivieren IJssel en Vecht, de Sallandse Weteringen en het IJsselmeer. Dat laatste vergeten mensen nog wel eens maar als de wind verkeerd staat wordt er een grote hoeveelheid water deze kant opgestuwd en kan het andere water moeilijk weg."

Het Waterschap is verantwoordelijk voor onze waterveiligheid. Hoe hoog een dijk moet worden, wordt berekend aan de hand van een factoren. Daarbij speelt het economisch belang mee van het gebied achter de dijk, of hoeveel mensen er achter wonen. "Kijk, als er een kerncentrale achter de dijk ligt wil je hem nog hoger dan normaal. En als er veel mensen wonen moet hij ook hoger. Niet omdat weinig mensen niet belangrijk zijn. Maar die zijn in geval van nood wel een stuk makkelijker te evacueren."

"De kans op een dijkdoorbraak is klein maar als het gebeurt zijn de rapen gaar. In termen van mensenlevens maar ook in termen van economische schade. Dat moeten we dus koste wat kost zien te voorkomen. Ons probleem is dat dijken erg veel geld kosten maar dat we dan nog niet de garantie kunnen geven dat het nooit mis zal gaan. Die garantie is er gewoon niet. En mensen staan er gewoon niet meer bij stil dat het echt kan gebeuren", zegt De Jong.

Om voorbereid te zijn wordt er elke twee jaar geoefend. Onlangs nog was er de grootse oefening sinds de bijna-doorbraak van 1995. Toen ook in Zwolle de zandzakken op de Thorbeckegracht lagen.

"We oefenen met alle partners zodat je precies weet wie je moet bellen. Voor een eventuele dijkdoorbraak liggen allerlei scenario's klaar. Een dijkdoorbraak komt niet uit de lucht vallen. Daar gaat een periode van opbouw aan vooraf waarin we van alles doen. Er liggen scenario's klaar die best ver gaan. Zo is nu al bekend welke aannemers het zand gaan leveren als er een dijk gedicht moet worden. We doen ook constant tests om te kijken hoe de dijken zich bij bepaalde omstandigheden gedragen. Maar de watersituatie in Zwolle is dusdanig ingewikkeld dat niemand precies weet hoe het zal gaan als het echt misgaat."

"We hebben heel veel geleerd van de waterproblemen in 1995 en 1998. Dat je goed moet kijken hoe je evacueert, om maar een bijvoorbeeld te noemen. Als je mensen laat vertrekken en iedereen staat in de file als de dijk doorbreekt, ben je nog verder van huis. Daarom kan er soms beter verticale evacuatie worden geadviseerd. Ga maar op zolder zitten. En als je daar zit is het wel handig als je bijvoorbeeld je kampeerspullen met je primusje daar hebt opgeborgen en niet in de garage."

We kijken tegenwoordig ook meer naar preventie. We onderzoeken hoe we water ver voor Zwolle gecontroleerd vast kunnen houden. Bijvoorbeeld door extra dijkjes op de weteringen en maken ze ook breder. Ook zijn er contacten met Duitsland. Maar op dit moment is het nog wel zo dat het bij de grens ophoudt. Duitsland geld geven om te zorgen dat het water daar blijft is een brug te ver.


"Of er zwakke plekken zijn kan ik niet zeggen want zwakke plekken tolereren we niet. Een dijk is immers zo sterk als de zwakste plek. Ook zijn er geen wijken die bijzonder gevaar lopen. Als is de ligging van sommige wijken vanuit het oogpunt van waterveiligheid bekeken niet heel handig. Het laag gelegen Stadshagen is daar een voorbeeld van."

Samenvattend is het advies van De Jong "Ik zou niet wakker liggen van een eventuele dijkdoorbraak maar ik zou nu wel een aantal dingen gaan doen. "

Zie daarvoor de website overstroomik.nl

Meer berichten