Foto:
PEC Zwolle

Verrekijker

Voor mijn gevoel was het zaterdag een eeuw geleden dat ik op televisie een voetbalwedstrijd met publiek zag. De wedstrijd van Oranje tegen de sterkste voetballers van Letland was nauwelijks het aanzien waard, maar ik verlustigde me als een kwijlende boxer aan het publiek op de tribune.

Nee, niet aan de opnames van als wortels verklede volwassen mannen met een klein peentje op de arm, Vooral de geluiden die zij voortbrachten boeiden mij. Geen ingeblikt gegalm dat af en toe wordt onderbroken door het misbaar van een ‘stervende’ voetballer. Het enthousiasme dat van de tribunes warrelde, kwam op mij over als blijdschap na vrijlating uit langdurig gevangenschap.

Zelden heb ik zo intens naar een een bezoek aan een voetbalstadion verlangd na de taferelen van zaterdagavond. Ik heb de beelden zo diep gevoeld dat ik er ’s nachts in bed mee verder ging.

Ik fietste voor een avondwedstrijd met de voetbalmaten naar het stadion. Van ver zag je het betoverende schijnsel van de stadionlampen. Hordes mensen persten zich door de tunnel onder de Ceintuurbaan. Aan de linkerkant een onafgebroken rij fietsachterlichten. Gejuich en gezang kaatsten tegen de wanden.

Mijn blauwwitte PEC sjaal was warm om mijn hals geknoopt en mijn supporters pet woei nog net niet af. Buiten waren de toeschouwers ogenschijnlijk kalm en ontspannen. Ook in de catacomben waar ik de geuren van bier, koffie en gehaktballen opsnoof als waren zij het verdovend middel dat mij nog meer in de stemming bracht.

Nog een laatste trapje en dan het prachtige uitzicht op het veld vanuit vak 17. De klappen op de schouders van bekenden, de voelbare spanning die de kou verdreef. Het opstaan en toezingen van de 11 helden die het die avond ongetwijfeld lastig krijgen.

Een schot van afstand wordt begeleid door een zuchtend luid Oeoehh... Mannen springen woest en schreeuwend op als een van onze spelers wordt gevloerd. Op Noord begint het gezang dat het stadion rondgaat. Sta op als je voor Zwolle bent. Het stadion staat.

In de rust smaakt stadionpils als een godendrank. Een hap in een vet broodje is de sensatie die je te lang is onthouden. Als aan het eind van de wedstrijd ‘onze jongens’ er in slagen een achterstand om te buigen in een voorsprong gaan alle remmen los.

Er rollen tranen over volwassen mannenwangen. Springen en zingen vormen het medicijn tegen de zorgen van alle dag. Even geen pandemie, klimaatcrisis of woningnood.

De voetbalsupporters dompelen zich onder in het geluk dat hun ‘11’ voor elkaar hebben gebokst. De aanvoerder spreekt na afloop dat het de supporters waren die het team hebben geholpen.

Zondagmorgen bij het ontbijt realiseerde ik me dat ons supporters een verrekijker is gegeven die het stipje aan de horizon van het gewone leven laat zien. Nog meer geduld hebben is lastig en saai. Die verrekijker brengt het wel een stuk dichterbij.

Anton Cramer

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden