Bitter


Foto:
PEC Zwolle

Bitter

Vraag pakweg duizend supporters van PEC Zwolle na een nederlaag van hun club om hun mening en u krijgt even zoveel ferm gezouten oordelen. Variërend van een onnavolgbare trainer tot een scheidsrechter die een rode kaart volkomen onterecht trok voor een speler die met gestrekt been een duel in ging. Ook krijgt u dan te horen dat een gebrek aan een visie de club de das om deed en dat een nieuwe aanwinst er geen hout van kan in zijn tweede wedstrijd.

Overigens is dit niet alleen kenmerkend voor PEC-supporters. Dit meningencircus zie je bij alle andere clubs. Nederland is een land van opvattingen. Als ons land wordt getroffen door corona, dan zie je opeens heel veel virologen. Dreigt het land te worden bedekt met natuurijs, dan zijn er opeens heel veel ijsmeesters. En in de voetbalwereld staat de beste trainers langs de kant.

Achter dit carnavaleske bal van opvattingen schuilt één gemeenschappelijke deler: clubliefde. Die liefde voor de club zit zo ongelooflijk diep verankerd, dat iedereen die dat gevoel beschadigt genadeloos op zijn plaats wordt gezet met onvervalste bitterheid. Het spreekwoord: ‘bitter in de mond maakt het hart gezond’ is mede daarom ooit bedacht.

Een trainer is een voorbijganger, supporter ben je voor je hele leven. Daarom is het bij zijn aanstelling van wezenlijk belang dat de trainer hart heeft voor de club. De huidige trainer verdient een dik belegde boterham bij PEC, maar zijn gevoel voor clubliefde is met een lantaarntje te zoeken. Hij heeft ongetwijfeld verstand van voetbal, maar zijn liefde voor de club is met geen twintig zaklampen te vinden. Dan gaat het mis en spugen de fans gal. Hún club wordt nog meer beschadigd als ze zien dat door ongemotiveerd spel de zwakste broeders in de competitie met rasse schreden naderen.

Het bestuur van PEC Zwolle lijkt ongevoelig voor alle kritiek. Als we met 7.500 man spontaan onze seizoenkaart verlengen roept men hosanna. Zien we dat onze clubliefde wordt gesloopt, dan zwijgt het boegbeeld van de club, de veurzitter dus.

De laatste twee wedstrijden tegen RKC en FC Groningen waren mijn club onwaardig. De trainer die hier voor verantwoordelijk is maakt meer kapot dan ons lief is. Zijn relatie met de spelers lijkt op de temperaturen van vorige week: ver onder het vriespunt. Afgelopen zaterdag stonden fans liever op het ijs dan dat ze om 12.00 uur voor de tv zaten.

Ze misten niets aan het grabbeltonvoetbal. Inspiratieloos doolden aanvankelijk elf blauwhemden door de Groninger Euroborg. Gek genoeg, na de rode kaart lieten ze opeens zien wel te kunnen voetballen.

Deze trainer raakt de groep niet meer. Wat hij wel raakt is de supporter, maar in negatieve zin. Hij morrelt aan onze clubliefde en dat mag nooit de bedoeling zijn.

Ik heb de wijsheid niet in pacht, de sleutel tot het verstand ligt bij de voorzitter. Laat zien waar het blauwwitte hart zit en stop de val van onze trots.

Anton Cramer

Meer berichten